26 nov 2019

Interpellatie Cultuurbesparingen Vlaanderen

Vlaanderen gaat fors besparen op de creatieve en socio-culturele sector; besparingen die ook impact zullen hebben in Brussel. Lotte vroeg in de VGC Commissie Cultuur Collegelid Smet om een reactie. 


Lotte's vraag:

In het weekend van 9 november 2019 ging een schok door het culturele landschap. De culturele sector kreeg samen met ons zicht op de forse besparingen Er is een besparing tot 6 % op de werkingsmiddelen van culturele instellingen en van 60 % (ruim 5 miljoen euro) op de projectsubsidies. Bovendien wordt er ook nog eens 2,6 miljoen euro bespaard op het Vlaams Brusselfonds, 40 % van de middelen. Ook in de socio-culturele sector zijn er enorme besparingen gepland.

Die aangekondigde besparingen zijn desastreus, zowel voor de creatieve sector als voor de socio-culturele organisaties. Twee sectoren die een belangrijke verbindende kracht hebben en zo ook invloed hebben op het welzijn en de mentale gezondheid van de Brusselaars. Voor het socio-cultureel werk zijn de besparingen al lang aan de gang: de diverse maatregelen troffen soms de hele sector, soms bepaalde onderdelen ervan. Gedetailleerde berekeningen leren alleszins dat organisaties tussen de 13,4 en 47,3 % van hun middelen hebben zien verdwijnen in amper 10 jaar. De socio-culturele sector heeft tevens een belangrijke steunende functie naar de vaak niet-gefinancierde burgerinitiatieven en ook daar zullen veel opborrelende initiatieven met pasklare antwoorden op onze maatschappelijke noden, geen hoogtes kunnen nemen.

Organisaties, initiatieven en individuele kunstenaars hebben nu een maand de tijd om uit te zoeken waar ze het nodige geld voor hun werking vandaan kunnen halen. De heer Michael De Cock, directeur van de KVS, sprak al van "een zware klap voor de podiumkunsten". De vermindering op projectsubsidies zal niet alleen de instroom van jong, nieuw en internationaal talent tegenhouden, maar ook doorwinterde artiesten die minder structureel werken, zoals een Jan Decorte, de doodsteek geven. Het reeds lang circulerende idee om 10 % van de structurele middelen voor te behouden voor de projectpot - de kunstensector vraagt eigenlijk 15 % - is nooit bereikt, maar baseert zich wel op de realiteit dat deze zeer nodig is voor de artistieke humusbevordering in het algemeen. Op die humus groeide onze wereldwijde topreputatie in vele sectoren van kunst.

Kunstenaars kunnen veel. Maar er wordt al te vaak vanuit gegaan dat ze veel kunnen met weinig. Te weinig om experimenten mee te voeden, die nadien door de kruisbestuivingen tot die zogenoemde
Vlaamse excellerende hoogtes leiden.

In het Franstalige deel van ons land hebben ze al een serieus inhaalmanoeuvre te doen. We zien dat met de huidige regering het ook anders kan: daar wil de Fédération Wallonie-Bruxelles wél de kunstenaars steunen, nieuwe kunstendisciplines stimuleren en tegelijkertijd ook de werking van de grotere culturele instellingen verbeteren. Zo zoeken ze bij de steun aan creatie naar een nieuw evenwicht tussen de instituten en kunstenaars, met nadruk op verbetering in situatie voor de laatste. Ze stellen een correctie voor op hun décret art de la scène en zetten volop in op het jeugdtheater.

De creatieve sector is naast een bron van emotie, schoonheid, troost, vertier, verbinding en vorming ook economisch een zeer waardevolle sector. Elke investering in cultuur brengt dubbel en dwars op. Volgens het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid steeg tussen 2009 en de meest recent beschikbare cijfers, 2016, in de creatieve sector de werkgelegenheid met 26 %, de toegevoegde waarde met 42 % en de omzet met 53 %. En toch is er geen enkele andere sector in Vlaanderen die de laatste 10 jaar zoveel heeft moeten besparen als die van cultuur. Wat mij betreft moet cultuur ondersteund worden, ook als het niks zou opbrengen. Maar zelfs als we het enkel vanuit puur economisch perspectief zouden bekijken, zijn deze besparingen verre van intelligent.

  • Welke impact heeft deze Vlaamse beslissing tot besparingen op de Brusselse cultuursector en de socio-culturele sector?
  • Wat is de impact voor cultuur en onze socio-culturele sector nu ook het Brusselfonds zwaar moet inleveren?
  • We kregen vandaag ook het nieuws dat de voorziene middelen voor het Stedenfonds fors achteruitgaan. Hier zitten ook veel burgerinitiatieven in. Neemt u initiatieven om individuele kunstenaars en kleinere organisaties diepgaander te ondersteunen, met meer financiële middelen of met een andere soort ondersteuning, als compensatie voor het verlies van hun mogelijkheden om Vlaamse projectsubsidies aan te
    vragen?
  • Kunnen de Vlaamse besparingsmaatregelen op de Brusselse kunstinstellingen en organisaties met werkingssubsidies financieel gedeeltelijk opgevangen worden?
  • Heeft u reeds contact gehad met BKO, Kunstenoverleg, De Federatie?
  • Hoe ziet u het Brusselse kunstenveld en de socio-culturele sector evolueren met deze Vlaamse besparingen in kunst en cultuur in het achterhoofd? Zal u uw beleid hier verder op afstemmen?
  • Burgemeester van Stad Brussel, de heer Philippe Close, reageerde op het nieuws van de Vlaamse besparingen dat hij als burgemeester oplossingen en middelen zal zoeken voor behoud van een breed, vernieuwend cultureel aanbod in Nederlandstalige en Franstalige cultuur. De heer Ahmed Laaouej, burgemeester van Koekelberg, sloot zich hierbij aan. Hoe kan de VGC de gemeenten helpen die willen blijven inzetten op het Nederlandstalig cultuuraanbod?

Het zijn veel vragen, maar de vragen van de sector zijn ook heel pertinent en aanwezig en zullen waarschijnlijk heel luid klinken op 28 november 2019 aan de Leuvensesteenweg.

 

Antwoord van het Collegelid:

Brussel wordt 3 keer zo hard geraakt. Brussel deelt in de klappen die de gesubsidieerde sector in heel Vlaanderen te verwerken krijgt, maar wordt daarbovenop een aantal keren extra geviseerd, in budgetten die specifiek voor Brussel zijn bestemd en in budgetten die voor de gemeenten gevrijwaard blijven, maar voor Brussel niet. Dat is het erge van het verhaal. Brussel krijgt precies een apart statuut. Men kan zich dan de vraag stellen waar de Vlaamse minister bevoegd voor Brussel zat.

De Vlaamse Gemeenschap bespaart dus concreet: via de (1) Brusselbegroting, via (2) de lokale sectordecreten (rechtstreeks op gemeente/VGC), via de (3) specifieke sectordecreten (kunstendecreet, sociaal cultureel werk), via (4) het Stedenfonds. De dotatie van de VGC blijft hetzelfde maar in tegenstelling tot de Vlaamse gemeenten wordt die nog steeds niet geïndexeerd.

Het is echter duidelijk dat Brussel klop krijgt ten voordele van de Vlaamse Rand, waar wel volop op wordt ingezet. De Vlaamse Regering zal een ‘De Rand’ fonds oprichten met 20 miljoen euro. Waarom? Misschien moeten we aan de Vlaamse minister van Brussel vragen om een ‘rampenfonds’ voor Brussel op te richten. Dat kan misschien nog worden gedaan. Het is een ideologische keuze die wordt gemaakt.

Ons kunstenlandschap wordt internationaal benijd, de hele wereld bewondert de kwaliteit van wat er in Vlaanderen en Brussel te zien is en onze kunstenaars reizen de hele wereld rond. Zelfs de Chinezen willen meer culturele uitwisselingen met ons. Een buitenlands publiek kent veel beter de namen van de kunstenaars dan die van de instellingen. Zij zijn de beste ambassadeurs die de Vlaamse Gemeenschap zich kan wensen. Het is onbegrijpelijk dat in deze projectenpot zo hard wordt beknibbeld omdat daar eigenlijk de toekomst van de Vlaamse cultuur wordt gemaakt.

Ons kunstenlandschap is veelzijdig, met een gigantische diversiteit van stijlen en stemmen. Het zijn niet de Vlaamse instellingen die vuurtorens zijn van excellentie, maar de kunstenaars die de instellingen bevolken die hen doen excelleren. Het zijn diezelfde kunstenaars die leven en vuur brengen in de kunstencentra.

Ook de grote namen van vandaag zijn klein begonnen met een projectsubsidie en zijn verder kunnen blijven groeien. De projectsubsidies zijn een kweekvijver van talent, geeft jonge en beginnende artiesten de mogelijkheid om te experimenteren en om te groeien, en om op termijn uit te groeien en bij te dragen tot de internationale uitstraling van ons kunstenveld. Het is een proces van risico nemen waar een overheid net voor moet instaan, zodat het veld zich voortdurend kan blijven vernieuwen. Het jonge talent van vandaag is de gevestigde kunstenaar van morgen. Kunstenaars waarop we vandaag besparen kunnen we morgen niet tonen. We willen niet leven in het verleden, maar blijven evolueren.

Als collegelid bevoegd voor Cultuur binnen de VGC, blijven wij de sector volop steunen, maar kunnen we als kleine speler in een reeks van overheden de kraters niet dichten. Dat gaf de collegevoorzitter eerder in de plenaire vergadering van de Raad ook al aan. Elke Van den Brandt zei: “Brusselse instellingen die de directe nadelen van de besparingskeuzes van de Vlaamse Regering ondervinden, zullen begrijpelijkerwijze bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie aankloppen om die besparingen te compenseren. Ik vermoed dat zoiets financieel onhaalbaar is, omdat we daar de middelen niet voor hebben, maar we moeten ons ook afvragen of het wenselijk is om de beleidskeuzes van een andere regering te compenseren”.

Omdat ik geloof in constructief overleg met de collega’s bij de betrokken overheden heb ik - alvorens we van besparingen wisten - een brief gestuurd naar de Vlaamse ministers waar ik met mijn bevoegdheden Cultuur, Jeugd en Sport en Etnisch-culturele minderheden linken mee heb, om mij uit te nodigen voor een gesprek. Ik zal het niet nalaten om ook de besparingen en de impact van Brussel toe te voegen aan de agenda van deze gesprekken.

Het klinkt cynisch, maar het Kunstendecreet verplicht de Vlaamse minister bevoegd voor Cultuur om een visienota Kunsten in te dienen op 1 april 2020 in het Vlaams Parlement. Hierin verduidelijkt de Vlaamse minister zijn strategische lijnen voor de duur van de legislatuur. Hetzelfde Kunstendecreet stelt dat een complementair beleid nodig is tussen de lokale overheden en het Vlaamse beleidsniveau. Hiervoor moeten elementen aangedragen worden door de VVSG voor de Vlaamse steden en gemeenten en door de VGC voor Brussel. We zijn  reeds gestart met de voorbereidingen hiervoor en vinden de betrokkenheid van Brusselse kunstenaars en hun organisaties bij de bijdrage (voor de visienota) vanuit de VGC belangrijk. Vandaar dat we een inspraakmoment organiseren samen met BKO/RAB op 4 december e.k. Die dag zullen de besparingen van Vlaanderen ongetwijfeld op tafel komen. Het biedt de sector de mogelijkheid om reeds een eerste keer hun bezorgdheden te ventileren aan mij.

Van zodra de definitieve plannen van de Vlaamse Overheid bekend zijn en de eigen VGC begroting is goedgekeurd, zullen we op niveau van het College kijken om het gesprek samen aan te gaan met de organisaties uit het culturele en andere middenveld.

De VGC ondersteunt de Brusselse gemeenten in hun lokaal cultuurbeleid. De Brusselse gemeenten leggen de laatste hand aan het Cultuurbeleidsplan. Ook zij zullen minder geld krijgen van de Vlaamse overheid om deze plannen uit te voeren. En neen, de VGC heeft niet de middelen om deze besparingen op te vangen.

Zoals ik al zei, ik ben ervan overtuigd dat het dynamische Brusselse middenveld en de kunstensector zich niet zal laten temmen. Wij zullen hen ondersteunen waar we kunnen. Het komt er nu op aan om hopelijk de komende dagen een gestabiliseerd beeld van de besparingen te krijgen. Dat is ook niet zo evident. We zullen kijken wat de VGC kan doen. We kennen onze rol. We zijn bescheiden, we zijn klein. Het is niet zo evident om die zware besparingen ongedaan te maken binnen het budget van de VGC. De VGC krijgt ook al niet de middelen die ze zou moeten krijgen.

We zijn ook aan het analyseren wat de impact is van het Stedenfonds. Hierdoor zullen heel wat organisaties ook minder middelen krijgen. Ook dit moet uitgeklaard worden. We kunnen dan als College inschatten wat de gevolgen van de besparingen zijn.

 

Het volledig verslag van de Commissievergadering is hier terug te lezen.