26 nov 2019

Vraag om uitleg Cultuur-, Jeugd- Sportbeleid over taalgrenzen heen

Lotte vroeg in de VGC Commissie Cultuur, Jeugd, Sport aan Collegelid Smet hoe de VGC een cultuur-, jeugd- en sportbeleid over taalgrenzen heen faciliteert. 

Lotte's vraag: 

Ik heb vandaag veel vragen, maar als ik eens begin over sport is dat ook op cultuur en jeugd van toepassing. We hebben dan ineens een groot overzicht en kunnen deze legislatuur op een goede manier beginnen.

Toegang tot sportgelegenheid is zeer belangrijk, met name voor kinderen en jongeren. Sport is bevorderlijk voor de fysieke en mentale gezondheid, en is daarnaast een sociaal instrument. Sport is ontmoeting. Sport is verbindend en gaat over taal, religie en waarden heen. Het is een tool waarmee kansen worden opengesteld en aan mekaar meegegeven kunnen worden. De enige Nederlandstalige Brusselse voetbalclub, waar mijn zoontje speelt, maakt onderdeel uit van de Nederlandstalige competitie. Een gemeenschapsbevoegdheid. Ze spelen dus competitie tegen spelertjes uit de Brusselse Rand, nooit tegen andere Brusselse gemeenten. Dit terwijl de samenstelling van hun ploegje heel erg Brussels, heel erg divers is. Sommige vrienden kiezen bewust voor Franstalige clubjes om zo in Brussel te vertoeven. Binnen de competitie is de vermenging niet mogelijk. In het vriendschappelijke veld wel.

Mijn dochter begon ook met voetbal, maar gaf het op. Ze was het enige meisje en kreeg naar haar hoofd geslingerd 'dat ze verloren waren omdat ze een meisje was'. Het was binnen de competitie ook heel snel gericht op presteren. Ook hier had het 'vriendschappelijke' gehalte kunnen helpen. Een groter inter-Brussels netwerk kan misschien meer voltallige meisjesploegen op de been krijgen die kunnen bouwen op de good practices van RWDM Girls. Een mooi verhaal waar de VGC en Buurtsport al heeft laten zien hoe waardevol hun steun kan zijn binnen het recreatieve kader.

Dit weekend speelde mijn zoon een wedstrijd in Londerzeel. Mensen zonder auto hadden problemen om er te geraken. Op ecologisch vlak zou het ook beter zijn indien ze in Brussel wedstrijden zouden kunnen spelen.

In het VGC-Bestuursakkoord staat: "Omwille van de maatschappelijke functie van sport en omwille van verplaatsingsmoeilijkheden willen we competities op amateurniveau territoriaal organiseren. We sluiten een samenwerkingsakkoord tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschapscommissies over opleiding, federaties, competities enzoverder. Zo verruimen we het aanbod en vermijden we dat clubs gedwongen worden te kiezen voor een competitie om aanspraak te maken op middelen. We streven naar een protocol waarbij de subsidiëring van gescheiden structuren gekoppeld wordt aan de organisatie van gemeenschappelijke competities."

  • Heeft er al overleg plaatsgevonden over een dergelijk samenwerkingsakkoord? Wat zijn de standpunten van de Franse Gemeenschap hierover?
  • Wat zijn de mogelijkheden buiten de competities, op vriendschappelijk niveau?


Hierbij aansluitend wil ik het hebben over het Brussels jeugdbeleid over de taalgrenzen heen. In jongerenwerk lijkt er helaas weinig samenwerking te zijn tussen de Nederlandstalige en Franstalige jeugdhuizen en -verenigingen in Brussel. Omdat het om gemeenschapsbevoegdheden gaat, werken de organisaties voor jongeren helaas vaak op een eiland binnen de eigen taalgroep. Het project ‘Het Werkt / Ca Marche’ werd in 2011 gelanceerd met als doel samenwerking tussen jongerenorganisaties en –initiatieven over de taalgrenzen heen te bevorderen. Dit project werd gefinancierd door zowel de VGC als de Franse
Gemeenschap. Een ander doel was om meer jongereninspraak mogelijk te maken via maatschappelijke en politieke participatie. Naast thema's als openbare ruimte en tewerkstelling hielden ze zich bijvoorbeeld bezig met een participatief traject voor jeugdwerkers en jongeren rond toegang tot sportgelegenheid in Brussel.

In 2015 besloten uw toenmalige collega aan Franstalige zijde, mevrouw Isabelle Simonis en u, om de subsidies stop te zetten, en is het project ondertussen opgeheven. Het advies van de administratie luidde: “Er is onvoldoende tijd gestoken in een goede analyse van het jeugdwerklandschap enerzijds en de (lokale) noden met betrekking tot het project anderzijds. De onderzoeksfase van het platform is nooit gestart en een grondige kennis van het hele werkveld zowel aan de Nederlandstalige als Franstalige kant ontbreekt".

  • Zijn er sinds de stopzetting van ‘Het Werkt / Ca Marche’ middelen vrijgemaakt (binnen de Administratie of voor externe organisaties of projecten) voor een analyse van het jeugdwerklandschap in Brussel (zowel Nederlandstalig als Franstalig), aangezien dat de hoofdreden was om het project niet voort te zetten?
  • Zijn er sinds de stopzetting van ‘Het Werkt / Ca Marche’ in de afgelopen jaren initiatieven gesteund geweest door de VGC met een gelijkaardig doel, namelijk samenwerking tussen Nederlandstalige en Franstalige jongerenorganisaties stimuleren?
  • Het Bestuursakkoord zegt over Jeugd onder andere: "We maken aanvullende en innovatieve inspraak- en participatietrajecten mogelijk, onder andere bij de voorbereiding van het strategisch meerjarenplan, om de stem van kinderen, jongeren en hun verenigingen verder te versterken". Kunt u al iets specifieker en concreter zijn over deze trajecten en hoe die georganiseerd zullen worden?


Ten slotte heb ik enkele vragen over het Brussels cultuurbeleid over de taalgrenzen heen. Brussel heeft een bruisende creatieve sector, het is een stad met een internationale en diverse uitstraling. Onder Brusselse kunstenaars zijn veel verschillende nationaliteiten en origines. Maar cultuur, net als jeugd en sport, is een gemeenschapsbevoegdheid. Vele Brusselse kunstenaars hebben daarom in het begin van hun carrière een kant gekozen, ze sluiten zich aan bij het Nederlandstalig of het Franstalig systeem. Onderling is er weinig of geen vermenging. Franstaligen gaan sneller naar de Fédération Wallonie-Bruxelles. Nederlandstalige Belgen, maar ook vele andere nationaliteiten, voelen zich aangetrokken tot het Vlaamse systeem, want de vernieuwende wind blaast tot ver buiten Vlaanderen mensen van hun sokken.

Deze keuzes leiden er helaas vaak toe dat er weinig kennis is bij Nederlands- en Franstaligen over elkaars projecten, ideeën en manier van werken, en over elkaars subsidiemogelijkheden. Ik kom zelf uit de culturele sector en spreek dus voor een groot deel uit eigen ervaring. Ook hebben meerdere belangenorganisaties uit de sector al aangegeven dat het werkveld nood heeft aan betere samenwerking over taalgrenzen heen, en om mekaars mogelijkheden te kennen.

Betere afstemming kan leiden tot meer (financiële) ruimte voor fundamenteel artistiek onderzoek, en niet enkel binnen de grote creatieve huizen. Zo kan Brussel de voedingsbodem blijven voor de vele (internationale) kunstenaars die elkaar inspireren en geïnspireerd raken in onze stad.

In het Bestuursakkoord van de VGC staat het volgende in het hoofdstuk cultuur: "Samenwerking wordt het nieuwe normaal. De VGC zet hoger in op ongewone verbindingen. Tussen culturele instellingen. Tussen culturele organisaties en externe partners: van buurtbewoners over armoedeorganisaties tot internationale instellingen. Tussen beleidsniveaus: de VGC, gemeenten en federale overheid. We sporen Nederlandstalige cultuurinitiatieven aan een samenwerking op te zetten met een Franstalig initiatief. Zo wordt het cultuurbeleid in Brussel op grootstedelijke leest geschoeid."

  • In verband met de genoemde samenwerking tussen beleidsniveaus VGC, gemeenten en federale overheid: hoe zou deze samenwerking concreet vorm krijgen? Heeft er al overleg plaatsgevonden tussen de VGC en de Brusselse gemeenten en het federale niveau?
  • In verband met het aansporen van Nederlandstalige cultuurinitiatieven om een samenwerking aan te gaan met een Franstalig initiatief: wat wil “aansporen” concreet zeggen? Zijn hier al stappen toe ondernomen?
  • Wat doet de VGC meer algemeen om samenwerking tussen Nederlandstaligen en Franstaligen te bevorderen op het gebied van cultuur, en ervoor te zorgen dat de creatieve sector verder kan groeien binnen de internationale en grootstedelijke context?

 

Antwoord van het Collegelid:

[...]

Zowel op het lokale als op het grootstedelijke niveau hebben we tot nu toe steeds de vinger aan de pols gehouden bij initiatieven die inzetten op bv. buurtwerking waarbij meertalige initiatieven gesteund worden en ook bij de samenwerking tussen verschillende grotere organisaties (bv. Zinneke, KVS-Théatre Nationale, Bronks en Le Montagne Magique…). Wij zijn hier aan Nederlandstalige kant soepel in. De Franstaligen zijn hier heel moeilijk in. Het probleem ligt niet bij ons, maar bij hun. Zij aanvaarden niet dat een vereniging bij beiden, VGC en Cocof, tegelijkertijd ondersteuning vraagt. Zij dwingen verenigingen om te kiezen, niet wij. Wij zijn daar soepeler in.

Onze OBiB (VGC ondersteuningsdienst lokale bibliotheken) en Les Riches Claires organiseren bv. samen elk jaar de Brusselse Bibliotheeknocturne, waarbij alle Franstalige en Nederlandstalige bibliotheken het beste van zichzelf laten zien in een gezamenlijk publieksevent dat het hele bibliotheeknetwerk op de kaart zet.

Sinds het decreet op het Lokaal Cultuurbeleid kreeg de VGC een regierol op vlak van het Nederlandstalig lokaal cultuurbeleid. De VGC heeft een subsidiekader uitgetekend voor de gemeenten, begeleidt hen in de opmaak en de uitvoering van hun beleidsplan en organiseert het overleg van de Brusselse cultuurbeleidscoördinatoren. Ondertussen stapten 18 gemeenten in dit programma en zijn we in blijde verwachting van de 19de gemeente. Enkele keren per jaar nodig ik de Nederlandstalige schepenen bevoegd voor het lokaal cultuurbeleid uit op mijn kabinet voor overleg. In de bestuursorganen van de gemeenschapscentra is waarnemerschap van de gemeenten structureel ingebed, i.c. door de cubelco en/of de schepen. De gemeenschapscentra stellen zich open voor alle gemeenschappen.

2019 was op vlak van de samenwerking met de gemeenten een bijzonder jaar. Het was het eerste jaar van de gemeentelijke legislatuur. Dan schrijven de gemeentelijke Nederlandstalige cultuurdiensten, de bibliotheken en de gemeenschapscentra samen een beleidsplan. De VGC zette hiervoor een ondersteuningstraject bestaande uit een infosessie en 3 inspiratiedagen voor de lokale beroepskrachten en schepenen. Hierop werden de beroepskrachten van gemeentelijke cultuurdiensten, gemeentelijke Nederlandstalige bibliotheken en gemeenschapscentra uitgenodigd, samen met hun bevoegde schepen. Het traject lokaal cultuurbeleid in de loop van 2019 werd dan ook opengesteld naar gemeentelijke collega’s over sector- of taalgrenzen heen. Op het terrein zien we nu sinds de nieuwe gemeentelijke legislatuur, naast deze meertalige projecten, ook mogelijks meer structurele verschuivingen.

De lokale cultuurbeleidsplannen worden nu voor 1 december 2019 bij de VGC ingediend, en voor 31 december 2019 bij de Vlaamse Gemeenschap. Vanaf december 2019 leggen wij elk van die plannen naast ons Bestuursakkoord en gaan van daaruit voor het eerst een bilateraal gesprek aan met elk van de gemeenten met betrekking tot de concrete samenwerking binnen de convenant lokaal cultuurbeleid die we met elk van de gemeenten afsloten. Gezien de grote verschillen tussen de Brusselse gemeenten realiseren we ons dat we beter vertrekken vanuit lokale noden om te komen tot een ondersteuningsbeleid op maat van de gemeenten.

Het federale niveau is niet bevoegd voor gemeenschapsbevoegdheden dus op dat niveau bestaat een meer ad hoc overleg waar nodig met betrekking tot de federale instellingen.

Graag wil ik toch ook wijzen op een aantal zaken vanuit de vorige legislatuur. Collegelid Sven Gatz en ikzelf waren beiden de trekkers van de gezamenlijke cultuurcommunicatie vanuit de interministeriële cultuurconferentie in april 2018. Daar werd aan Visitbrussels een aanvullende subsidiëring gegeven die de promotie van de gehele Brusselse culturele sector zal ondersteunen via www.agenda.brussels. Met het gezamenlijke initiatief www.spots.brussels.be hebben de verschillende Brusselse overheden ook samengewerkt om de culturele infrastructuur beter in kaart te brengen en toegankelijk te maken voor het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. U weet dat de agenda op dit moment wordt uitgerold. Collega Sven Gatz en ik hebben de Franstaligen vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Cocof en de Franse Gemeenschap meegekregen voor dit project.

Daarnaast is er blijvende aandacht/steun voor de initiatieven van BKO/RAB om het cultuur- en kunstenlandschap van beide gemeenschappen in Brussel te verbinden. Zo organiseer ik op 4 december 2019 een inspraaktraject inzake de visienota Kunsten.

Concreet zijn er de samenwerkingen bij grootschalige initiatieven zoals Museum Night Fever, Supervliegsupermouche, Kunstenfestivaldesarts, Pride festival, die door de VGC gesteund worden en Brussel op de kaart zetten. Weldra zullen er in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gesprekken zijn over Brussel Cultuur 2030. Een ideale samenwerking tussen de institutionele gemeenschappen en de gemeenschappen die niet institutioneel verankerd zijn.

Samenwerking tussen eerder Nederlandstalige en eerder Franstalige organisaties zit in het DNA van het Brussels jeugdwerk. Op het terrein vinden organisaties elkaar, los van ondersteuning door de VGC. Ik denk bijvoorbeeld aan samenwerking tussen Nederlandstalige en Franstalige WMKJ’s, samenwerking in het kader van het tweetalige project ‘Move it Kanal’ van Lasso, beleidsafstemming tussen Scouts en Gidsen Vlaanderen en hun Franstalige tegenhanger.

Zo ontvang ik in het voorjaar ‘de scouts en gidsen’ en hun Franstalige tegenhangers op het kabinet in verband met een gewestelijk memorandum.
In het kader van vzw Toestand wordt er samengewerkt tussen Nederlandstalige, Franstalige en anderstalige initiatieven.

Voor het Rap X Ride-festival in Sint-Pieters-Woluwe werkten de Nederlandstalige en Franstalige jeugdsector samen met enkele lokale trekkers.

Met betrekking tot uw vraag inzake het ‘Werkt/Ca Marche’, kan ik zeggen dat we die discussie in de vorige legislatuur uitvoerig in dit parlement hebben gehad. Er waren diverse redenen om het project ‘Het Werkt / Ca Marche’ indertijd stop te zetten. Ik kom hier nu niet meer op terug. Er is destijds niet vertrokken van een goede analyse van het jeugdwerklandschap. Anderzijds is er nooit een onderzoeksfase van het platform gestart. Dit is noodzakelijk om de reële behoeften te erkennen en samenwerkingsvormen te laten slagen. Men heeft ineens acties en events opgericht met een beperkte focus. Deze focus was eerder gericht op de erkenning en verankering van een gewestelijk adviesorgaan. De Administratie heeft zelf voorgesteld om het project niet verder te zetten.

Interessant in dit kader was de studiedag van BRIO en BSI inzake ‘Jong in Brussel’. In de voormiddag maakten de organisatoren met academici een stand van zaken op over wat er geweten is over de Brusselse jeugd. In de namiddag werd het woord gegeven aan enkele Brusselse jongeren zelf, gevolgd door enkele beleidsverantwoordelijken. Vanuit het BSI was er een toelichting specifiek over “Jeugdorganisaties in Brussel”, waar over het muurtje van de taalgrenzen heen werd gekeken. Nogmaals, aan Nederlandstalige kant is men veel coulanter. Aan Franstalige kant blijft men meer op de rem staan.

Inzake sport heeft er nog geen overleg plaatsgevonden. Dit is ook een zeer complexe materie en mevrouw Carla Dejonghe heeft ernaar verwezen. In competitie is dit heel moeilijk om te doen. We gaan uw suggestie uiteraard verder bekijken. Het kan op dit moment enkel op vriendschappelijke basis om over de taalgrenzen heen te sporten en acties op te zetten.

Een aantal VGC-erkende clubs bv. organiseren of nemen deel aan meertalige tornooien. Zo organiseert Brussels United het Brussels United Zomertornooi dat door VGC-Sport werd ondersteund. Hier is een van de expliciete doelstellingen om in contact te komen met andere teams uit andere competities. De BBJJA organiseert Belgisch Kampioen Jiu Jitsu 2019. Hier nemen clubs uit heel België aan deel en het is een hoogdag binnen het Jiu Jitsu-veld. Het BK is een perspectief voor de vele kinderen die Jiu Jitsu beoefenen. Ook RWDM-Molenbeek organiseerde een tornooi waar iedere ploeg welkom was, ongeacht de taal. Zo nam de club vorig jaar deel aan 47 tornooien ongeacht taal.

Tot nu toe hielden we de vinger aan de pols en werden lokaal ontstane initiatieven gesteund. De komende legislatuur zal de VGC waar mogelijk meer haar regierol opnemen op dit vlak en het overleg tussen de gemeenschappen structureel trachten op te voeren. Maar it takes two to tango … Maar we proberen en ooit zal het er wel van komen.

Op uw vraag inzake de passage van het “inspraak- en participatietraject in functie van het Meerjarenplan” kan ik meedelen dat het een gezamenlijk initiatief is van het College, dat onder coördinatie van de collegevoorzitter valt. Ik denk dat de opdracht is gegund en het is de bedoeling om nu met het beleid en met de vele stakeholders een traject op maat van de VGC/Brussel uit te werken. Kinderen, jongeren en hun verenigingen zullen hierbij betrokken worden, sterker nog, zij worden als specifieke doelgroep benoemd in de opdracht met als doel een aanpak op maat uit te werken. Het spreekt voor zich dat de VGC-Jeugdraad, als officieel adviesorgaan bij deze oefening betrokken zal worden.

Uiteraard moeten we ook alternatieve trajecten voor kwetsbare doelgroepen en de niet georganiseerde jeugd organiseren.

Vanuit de VGC hebben we een open vizier en open blik. Er is wel nog wat werk aan de winkel aan Franstalige kant. Ik denk dat zij nog in het reine moeten komen met hun positie in deze stad. Ik heb dit gisteren ook al gemerkt in de Commissie voor Territoriale Ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ik zei dat het beste verkoopsargument van Brussel in het buitenland is dat wij een stad van minderheden zijn waar geen dominante cultuur is. Meteen kregen enkele Franstalige leden van de commissie bijna spontaan een hartinfarct toen ze deze uitspraak hoorden. Maar het is wel de werkelijkheid. Men moet hiermee ook in het reine komen, denk ik.

In Brussel worden er meer dan 35.000 culturele activiteiten georganiseerd. En als we ons willen profileren als internationale, moderne, open stad, moeten we dit ook een plek geven. Het is mijn bedoeling om ook vanuit de VGC te proberen dit debat met de Franstaligen en andere gemeenschappen aan te gaan. Dat gaat wat psychologie vergen. Het is niet makkelijk voor sommige Franstaligen om te erkennen dat ze een minderheid in deze stad zijn. Er is hier zeker nog wat werk aan de winkel. Maar het is een evolutie. We zullen met z’n allen hieraan moeten werken.

 

Het volledig verslag van de Commissievergadering is hier terug te lezen. 

Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren